Kunstenaar Corneille

Corneille

Deze stijl heeft hij in 1947 ontwikkeld in Budapest mede door ontmoetingen met o/a Jaques Doucet, die op zijn beurt weer een groot bewonderaar van Miro was. In Budapest ontdekt Corneille het werk van Paul Klee en de geschriften van de Surrealisten, met name van Breton, Eluard en Aragon.

Onder invloed van deze literatuur begint hij meer van zijn verbeelding uit te gaan. In 1948 vertoont zijn werk al grote stellage-achtige wezens met angstaanjagende koppen. Ook is de invloed van Miro duidelijk zichtbaar in uitbundig vrolijke vormen en kleuren.

In 1947 brengt hij samen met Karel Appel enige tijd door in Parijs. De schok van Budapest wordt nog versterkt wanneer hij kennis maakt met de Denen Asger Jorn en Carl-Henning. Vooral de vogels die in het werk van de Denen voorkomen maken grote indruk op hem.

In november 1948 is hij nauw betrokken bij de oprichting van de COBRA groep, een groep gelijkgestemde Deense, Belgische en Nederlandse kunstenaars (onder wie ook Karel Appel en Constant), die samen exposities organiseren en tijdschriften (Cobra en Reflex) uitgeven, maar ook samenwerken bij het maken van kunstwerken. Een jaar later breekt het mythische motief door in zijn werk. De lijnen worden losser en lichter en een leger van fabelwezens dringt dansend de composities binnen. Vogels en vissen vliegen rond en figuren met reusachtige ballonhoofden bewegen zich door een imaginaire ruimte, opgeroepen in snelle lijnen en tere kleurvlekken.

In 1953, na de COBRA-periode, schildert hij motieven van stad en aarde als vanuit vogelvlucht bekeken. Sinds de jaren vijftig reist hij de hele wereld rond op zoek naar inspiratie. De natuur, antieke culturen, primitieve volken, klassieke muziek en literatuur zijn hiervoor belangrijke bronnen. Aan het einde van de jaren zestig herleeft het mythische element uit de beginperiode van COBRA met vrolijke fel gekleurde figuren. Kleurvlak en lijn worden weer afzonderlijk gehanteerd. De weelderige aarde blijft daarbij een steeds terugkerend motief, maar nu in de vorm van een vrouwenlichaam met daarnaast, of daarboven, de gedaante van een vogel die onweerstaanbaar tot die aarde wordt aangetrokken. “Mijn bewegingen op het doek worden altijd vogels”, zegt Corneille; de vogel is het volmaakte beeld van de beweging”. Het is niet alleen maar de beweging, maar het doel is ook de blijdschap om de beweging.

Corneille bleek medio 2005 nog even werklustig als vroeger, ook al werd er bericht dat hij “depressief” zou zijn.

Zelf beweert hij dat schilderen geen hobby of werk is, maar eerder een roeping. De laatste jaren had Corneille zijn atelier in Parijs. Bezoekers werden vrijwel niet gedoogd door de kunstenaar.

In 2006 is een recordbedrag betaald van € 215.000 voor een schilderij van Corneille.

Hij maakte de laatste jaren een moeilijke tijd door; hij verbleef kennelijk in een inrichting en werd (volgens een door zijn echtgenote echter tegengesproken bericht) onder curatele gesteld door zijn vrouw en zoon, omdat hij het geld verkwanseld zou hebben, veroorzaakt door een bipolaire stoornis . Corneille’s vrienden en galeriehouders beweren echter dat zijn gezin hem heeft laten opsluiten omdat ze geld wilden. In juni 2007 leek hij er weer bovenop te zijn; hij was persoonlijk aanwezig bij de opening van een tentoonstelling in het Cobra-Museum in Amstelveen.

In 2008 werd een kwestie omtrent de auteursrechten op zijn werk onderwerp van een civiel geschil voor de rechtbank te Amsterdam. Daarin ging het met name om de vraag of Corneille leed aan een geestesziekte op het moment dat hij rechten op zijn werk overdroeg en of deze overdracht daardoor vernietigbaar is, en in hoeverre eventueel door zijn wederpartij een beroep op het vertrouwensbeginsel mogelijk is, doordat een achteraf gesteld wilsgebrek dan niet was opgemerkt. In dit geschil is op 10 september 2008 een eerste vonnis gewezen.

Corneille leefde teruggetrokken in het Maison du Cedres in het Franse departement Val-d’Oise. Hij overleed op 5 september 2010. Corneille werd begraven op de begraafplaats in Auvers-sur-Oise , waar in 1890 ook Vincent van Gogh werd begraven.

<< Terug