Grafiek

Van oorsprong werd het drukken door de kunstenaar zelf gedaan. Echter met het vervolmaken van het, in de reclamewereld, zeefdrukken aan het eind van de zestiger jaren, ontstonden er ongekende mogelijkheden voor de kunstenaars. Een aantal kunstenaars ontwikkelde zelf het zeefdrukken als nieuwe grafiektechniek. Een groot aantal echter, zoals Corneille, Eugene Brands, Theo Wolvecamp, Karel Appel en Herman Brood, laten hun ontwerpen fotografisch, of zelfs met de hand aanbrengen op zeeframen, door hierin gespecialiseerde kunstzeefdrukkers. Dit laatste heeft hen de gelegenheid geboden om een groot grafiek oeuvre te produceren.

Bij litho’s en zeefdrukken loopt de kwaliteit van het afgedrukte werk niet terug. In theorie is het dus mogelijk om duizenden afdrukken van één origineel te produceren.

Wil men de afdruk echter als origineel grafiek betitelen, dan dient aan een aantal voorwaarden voldaan te worden. Namelijk: elke afdruk moet door de kunstenaar met de hand zijn gesigneerd en de oplage mag niet hoger zijn dan 500 stuks.

Een aantal legale trucs biedt de kunstenaar de mogelijkheid zijn oplage per grafiek toch iets op te schroeven. Zo mag hij een zogeheten 2e editie uitgeven. Deze 2e editie wordt meestal Romeins genummerd. Het aantal afdrukken van die editie mag echter niet hoger zijn dan de eerste oplage.

Daarnaast kunt U ook grafieken tegenkomen, al dan niet genummerd, met de volgende vermeldingen: E/A (epreuve d’artist), A/P (artist proof), H/C (hors commerce; niet voor de Verkoop) en PP (printers proof). De oplage per grafiek, voorzien van één van deze vermeldingen, mag doorgaans niet hoger zijn dan 30 stuks.

<< Terug naar Technieken